• TWIMC

Hoge pet

| Feuilleton | Deel 2 van 'Komen en gaan'

IJskoffie zou lekker zijn nu, maar hij had geen ijs. Hij keek naar ARTE op de televisie, zoals elke middag en zag een documentaire met afbrokkelende ijsbergen en verdwijnende regenwouden, gelukkig met de rustgevende commentatorstem die hij had leren kennen en waarderen bij zo menig ander programma hier.

Ja, hoe erg was het precies wat er allemaal gebeurde, en wat gebeurde er eigenlijk allemaal? Je weet niks meer echt zeker, dacht hij, en dat was zowel bevrijdend als beangstigend. Vooral omdat dat natuurlijk voor iedereen gold en hij had geen hoge pet op van mensen die zich ineens vrij of angstig voelen.


De mensheid kun je vergelijken met een mens, dacht hij. En dan is het een kind met gebrekkige impulscontrole. Hoe kun je van een kleuter verwachten dat ze de snoepjes van nu laat staan voor de taart van morgen? Hoe kun je van die dronken puber verwachten dat hij stilstaat bij de gevolgen van wilde nachtelijke avonturen met foute vrienden?


Hoe kun je van arme mensen verwachten dat ze hun footprint niet willen vergroten? En hoe kun je van ons verwachten dat we die zonder slag of stoot willen verkleinen? En hoe erg is dat?, vroeg hij zich af. Ooit houdt het toch op, op z’n laatst als de zon op is. Maar waarom zou dat ooit niet nu zijn? Waar ons soort mensen nog het meest bang voor zou moeten zijn is het ineenstorten van de instituties had de econome op televisie verteld. We, althans de enigszins gesitueerde we, voelen ons allemaal redelijk veilig met onze huizen, hypotheken en koopkracht, maar hoe solide is dat allemaal als de politie niet meer functioneert, de zorg instort, het landsbestuur op de riek gaat, banken de luiken laten zakken en klimaatvluchtelingen uit de hele wereld op onze terp komen wonen?



Hij liep naar de koelkast voor een biertje en na de tweede slok voelde hij een zeker welbehagen langs zijn ruggengraat omhoog kruipen. So far so good, dacht hij. Voorlopig is het ongelofelijk warm dus de verwarming is uit dus dat kost niks. Op straat gaat iedereen z’n gangetje en op kantoor doet iedereen z’n ding. Voor zover niet met vakantie op een welverdiende verre bestemming. Op de televisie zag je nu een grafiek en een ernstig hoofd dat daar uitleg bij gaf. Het ging over onomkeerbare mijlpalen of zoiets, maar dat was niet iets feestelijks.


Hij zette de televisie uit en keek in de spiegel of hij er toonbaar uitzag. Hij dacht van wel en liep de galerij van zijn flat op. Hij keek naar beneden en zag een flitsbezorger een kratje bier komen brengen bij zijn onderbuurman. Voorlopig gaat het goed, dacht hij.