• TWIMC

Komen en gaan (1)

| Feuilleton |


Het zonlicht viel gefilterd op de vensterbank. Pianoklanken zweefden door de kamer op een bedje van sigarettenrook. Hij nam een slok koffie. Zijn blik gleed over de foto’s van de kleinkinderen op het wandmeubel.


Hoe was het toen ik zo oud was?, vroeg hij zich ineens af. Optimistisch toch vooral. Je had wel de Russen en ooit konden de Chinezen ook gevaarlijk worden, maar als kind had je daar niet veel last van. In de kelderkast lag een van overheidswege verstrekt noodpakket met allerlei interessante maar te degelijk verpakte producten die te pas zouden komen of onmisbaar blijken mocht de bom dan toch vallen. Gedroogde peulvruchten, wat verband en pleisters misschien en in ieder geval sigaretten, want zonder begon je niks. Zelf rookte hij nog niet toen-ie elf was, dat begon pas een jaar later.


Optimistisch ja. Overal werden huizen gebouwd en wegen aangelegd. Steeds meer mensen kochten een auto of vlogen naar Spanje voor een zonvakantie met sangria en sherry. Uit Spanje kwamen ook gastarbeiders, en uit Italië en steeds meer uit Turkije en Marokko. Mensen die ons kwamen helpen werken omdat het zo goed ging met ons en wij sommige dingen niet meer wilden doen. Of hoefden te doen, wat was het ook alweer?


Hoe lang is het nu geleden dat ik iemand gezien heb?, vroeg hij zich af. De thuiszorg kwam nog maar eens per week sinds hij zijn steunkousen zelf kon aantrekken met dat apparaatje dat ze hem hadden gegeven. En hij had nu die alarmknop. De buren waren druk, zijn kinderen woonden aan de andere kant van het land. Vroeger was er saamhorigheid, dacht hij. Tenminste tussen de protestanten onderling, en de katholieken de arbeiders, de middenstanders. Je werd gekend in ieder geval. Door echte mensen die je ouders vertelden wat je had uitgevreten. Tegenwoordig kenden ze je alleen nog op internet. Elke klik die je zette werd gevolgd door techbedrijven en adverteerders die je daardoor beter dingen konden verkopen. In ruil voor je privacy werd je bestookt met gepersonaliseerde advertenties.


Wat is nu eigenlijk mijn punt, dacht hij, ik begin incoherent te raken van de hitte. 38 graden, belachelijk, geen wonder dat iedereen airco wilde al warmde dat buiten juist op.


Binnen was het inmiddels bijna 28 graden en tijd voor een biertje. Half drie alweer, dat schoot lekker op.

Wordt vervolgd.